Korte
inhoud uit ’t boekje “Giethoorn, Dwarsgracht en
Jonen”.
Vanzelfsprekend aandacht voor de ontstaansgeschiedenis
van deze dorpen in de
Kop van Overijssel. Met name
de ontwikkeling van de veendersdorpen en hun bewoners.
Hoe ze bijvoorbeeld door stormen en overstromingen
verdreven werden en
uiteindelijk op hun huidige locatie terecht kwamen.

Een gebied dat door de jaren heen een intensieve
verandering onderging,
van hoogveen- tot laagveengebied, visserij, jagerij en het “waterboeren”.
In de twintiger jaren van de
vorige eeuw, begon men met het bemalen en
ontginnen en in cultuur brengen van de Gieterse Polder en Polder halfweg.
Hoe Giethoorn zich ontwikkelde tot een eersteklas recreatiedorp temidden
van een prachtige natuur.
Gietersen zijn van oorsprong Friese kolonisten uit het voormalige
Zuiderzeegebied (1150)
en mengden zich met verspreid wonende Saksen en . Dit waren
donkerharige
en bruinogige Italianen uit de omgeving van Umbria (150 km ten Zuiden van
Rome).
De Flagellanten (1312) waren hoogstwaarschijnlijk
godsdienstfanaten, maar de huidige
Gietersen zijn dat zeker niet. De donkerkleurige Gietersen worden nog altijd
als
“mooie mensen” betiteld.
Bekend zijn de Sint Maartens Luyden, horigen van de Bisschop, die
honderden jaren
achtereen een besloten leven leefden in buurtschappen als Onna, Muggenbeet,
Steenwijk, Zuidveen en Blokzijl.
Natuurlijk veel aandacht voor de huidige bewoners en verenigingsleven.
Daarom weer veel foto’s van scholen, clubs, hobby en musea.
Maar ook weer de individuele mens in z’n
dagelijkse leven zoals:
Jacobus Kroon, de jager (1868-1950), Harm Petter en Jantje Wildeboer uit
Dwarsgracht (1920), met de T-Ford en GMC van Firma Bakker,
palingboer Jan Slagter enz. enz. .
. .
Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen; dorpen met veel water, dus ook molens.
Daarom een complete opsomming van allerlei windmolens uit de directe omgeving.
Onvermijdelijk dus ook het onderwerp “Alles over water”, waarin aandacht
voor
allerlei dagelijkse dingen die bij afwezigheid van verharde wegen via
waterwegen
plaats vinden.
Wat denkt u van de kruidenier, melkbussen vervoer, begrafenis, huwelijk,
veevervoer en natuurlijk ook personen vervoer: bijv. ’t
Lute sprak ook met enkele echte “streekschriefsters”, t.w.: Aaltje Piek en
Femmie Woltman, met verhalen als:
-
“Het koppie van de Bolle”
-
“Appe de Keie”
-
“Op de Skaezen”
-
“De bok van Luuks”
-
e.a.
Nog een paar onderwerpen uit het boekje:
-
“Stobbe vissers”
-
“Punters”
-
“De Jacht”
-
“De Zuivelfabriek”
-
“Uit de oude doos”
-
Mensen en werk”
-
“Winter in de Kop”
Dit boekje bevat ook nog een royale documentaire aanvulling in de vorm
van gegevens over molens uit de omgeving, de hoogste oriëntatiepunten
en gemalen om het waterpeil in stand te houden.
Kompleet met veel tekeningen van oude gebruiksvoorwerpen en landkaarten.
Lute R. Bouwer.