't Wold-III

Start
Kennismaking
Literatuur
Fotopagina
Streekprodukten
erven en hoeven
Knipselkrant
Contact
Links + zoeken
Gastenboek

<<<Terug...

Jaar van uitgave 1998
ISBN - nummer 90-806802-3-0
Prijs (in €) 13,-
Aantal pagina's 188
Aantal foto's 300

Dit kunt u allemaal lezen in het boek ‘t Wold III.
De vroegere gemeente Steenwijkerwold blonk uit door z’n gebiedsgrootte
(op één na grootste gemeente van Nederland), en de veelzijdigheid van 't landschap.
Hoge en lage gronden, bos en heide, water en moeras en uitgestrekte polders.
               
In ’t Wold III komt eerst dat lage land aan bod en gaat terug naar de stormramp
van 1825. Alle laagland kwam destijds circa twee meter onder water te staan en
moesten mens en dier een goed heenkomen zoeken op de hoger gelegen landerijen
in de omgeving. Toch kwamen honderden mensen en duizenden stuks vee om het leven
in de Kop van Overijssel.
Tijdens de inundatie van 1944 deden de Duitsers het nog eens dunnetjes over.

Overijssel was lange tijd de meest overstroomde provincie van Nederland.
Het eb- en vloedverschil was maar twintig cm, maar bij springvloed en ruw weer
kon dat oplopen tot wel twee meter.
Zo waren er in 1825 vierenzestig dijkdoorbraken en stond er in 1877 maar
liefst 29.000 ha onder water, hier was overigens ook de IJssel debet aan.
In het hoofdstuk “Aarend, gat in de diek” komt dit onderwerp aan de orde.
                  
Ook verhaalt auteur Lute Bouwer over de baggermachines, die hun diepe sporen
trokken in het sompige moerasland en hoe in de wintertijd veel vervoer “overies”
gebeurde. Een begrip in die tijd was het transport over water door de beurtschepen
“Minor” en “Major”,  met varkens, mensen en zelfs koeien op het dek.

Ook kunt u lezen over ‘t “Bollejagen” (veenstaking) uit de periode dat de armoede
in de turfmakerij op het hoogtepunt was.
Dit alles is rijkelijk voorzien van veel (oude) foto’s uit die tijd.


Willemsoord.

Ook op ’t hoge hadden de arbeiders en de keuters het niet breed, want op de arme
heidegronden ten Noorden van ’t Wold wilde maar weinig groeien.
De Staat der Nederlanden kocht een partij bunders van die arme grond en zette in
1820 de Maatschappij van Weldadigheid op. Arme sloebers, weduwen, bedelaars en
andere kwetsbare mensen werden in deze kolonies de mogelijkheid geboden om voor
zichzelf te beginnen.
Niet iedereen kon aarden in zo’n kolonie en deze paria’s gingen dan maar een eindje
verderop wonen, Marijenkampen (Huttenberg) of Witte Paarden (Stopnalde buurt).
Vandaag de dag kun je een kolonist nog herkennen aan z’n “Hollandse bekkie”.

Zoals gebruikelijk beschrijf ik in dit boekje ook een aantal landbouwkundige
onderwerpen, want naast natuur ligt ook hier mijn hart. Dit keer gaat het over
“eerpels”.  Alles wat vroeger bij de aardappelteelt te pas kwam wordt hier
beschreven, compleet met tekeningen en foto’s.

"In trance van de peerdekop”
  gaat over het dorsen in vroegere tijden, evenals
het artikel over de “Huusslachteren  “De zuivelfabriek in Thij”.
Maar ook  “De Karvers” (werkers in de tabaksteelt), “Mens en werk,  
“De schuren van de Vennoot
”,  “Moeders oudste” (de oudste dochter, die altijd
overal voor opdraaide),  “Melkenstied” en “Hand-en Landwerk” hebben allemaal
met de landbouw te maken (met maar liefst 70 foto’s en tekeningen).
Veel ouderen hadden of hebben nog steeds een sterke binding met de landbouw.
Honderdvijftig jaar geleden van 90 % van de Nederlandse bevolking direct of
indirect werk in de landbouw, naar schatting zijn dat er nu ca. 300.000.
Het percentage jongeren dat bekend is met deze bedrijfstak is momenteel fors gedaald.
           
Buurtschappen
.

Behalve Steenwijkerwold (80 foto’s) worden ook nog eens wat omliggende buurtschappen
wat verder uitgediept: Willemsoord (40 foto’s), De Pol, Ronde Blesse, Thij, Wetering (30 foto’s).
Verder vertelden een aantal oudere mensen hun levensverhaal aan mij.
Zo verteld Gerard Hof over zijn klompenmakerij en veenderij, de gebroeders De Ruiter
over hun werk in de landbouw en Nico Dijksma over de baggermachine.
Dit alles leest u terug in ’t Wold III.

Bovendien zijn allerlei rijmpjes en wetenswaardigheden hierin opgenomen, waaronder oude en of specifieke gebruiken van ’t Wold. Dat bleken er nogal wat te zijn, ze konden niet eens allemaal
in het boek opgenomen worden.
Wel staat er iets over “De Foekepot”, “Sint Maarten”, “Aentien op ’n stokkien”,
Paasvuur branden”  en  “Toog’n”  in te lezen.

Naast alle oude herinneringen zijn zeker de actuele zaken niet vergeten; de vele foto’s van feestelijkheden, hobby’s en hedendaagse beroepen getuigen hiervan.
                  
Verhalen over Ab en Meint, Pieter de Lange (de kluizenaar van ’t Heideveld) en Griet.
En wist u wat een “Nachtbidder” was of “Bollejagen” of “Liefde per post”?
Misschien wilt u wel weten wie “Oude Mie”,  “Jannesie Pikkertien” of “De Motorbolle” waren?
Of wilt u graag wat namen van erven en hoeven op ’t Wold met perceelsnamen weten?
Dit kunt u allemaal lezen in het boek ’t Wold III.

Het kan ook zijn, dat u niet alle bijnamen van ’t Wold weet. Dit boek bevat een kleine zestig
bijnamen en nog zo’n vijfenveertig bijnamen uit Café De Karre, zoals deze angstaanjagende voorbeelden: “De Koekiller”,  “Oan Pang”, “Caransa”, “De Hakkelaar”, en “De Stoker”.

Het boek bevat 188 pagina’s en ca 300 foto’s en tekeningen. Er hebben ca 90 mensen aan
meegewerkt. De foto’s zijn gekozen uit een aanbod van wel duizend stuks.
Van het restant hoop ik later nog eens gebruik te kunnen maken.

Alle boeken van het Wold zijn zonder gemeentelijke of provinciale subsidie uitgegeven;
ook sponsoren kwamen er niet aan te pas.


Lute R. Bouwer.