Tropisch
fruit steeds beter te kweken in Nederland.
Deze aflevering gaat
over de kiwi.
In ons koude landje is
tropisch fruit steeds beter te kweken. Niet in een
kas, maar gwoon eenvoudig buiten in de tuin. In de jaren tachtig
werd ik bekend met het kweken van kiwi’s, maar niemand had daar
vertrouwen in. Nu, anno 2005, is dat bij de fruittelers nog steeds zo, terwijl
abrikozen, perziken en vijgen het hier toch goed doen!

Planten.
Koop altijd twee
planten, een mannelijke en een vrouwelijke. Ze worden tegenwoordig meestal
als gecombineerde struikjes verkocht. Koop voor alle zekerheid een paar
extra struikjes, want zowel de koper als de verkoper kan het verschil
tussen vrouwelijke en mannelijke takken vaak niet onderscheiden.
Regelmatig vragen de mensen mij om een advies en dan blijkt bijvoorbeeld
dat alle vrouwlijke takken weggesnoeid zijn!

De struik plant je in
het voorjaar op een ruime luwe standplaats op het zuiden of het westen, ná
de periode met kans op nachtvorst. In de loop van het jaar veranderen dan
de kruidachtige scheuten in houtachtigen. Voor deze plant heeft u een
stevige van balken geconstrueerde pergola nodig!

Maak een ruim plantgat
en vul dat met humusrijke grond, kalk en verteerde stalmest. De plant
vooral tijdens de vruchtzetting goed water geven.
Snoeien.
De struik groeit enige
meters per jaar. U mag nooit snoeien tijdens de knop- en bladzetting (maart/april).
Buiten deze periode kunt u zowel ’s-zomers als ’s-winters naar
hartelust snoeien.

Verwijder altijd de
“waterloten” (rechte
zachte takken). De fijne kromme takjes zijn de vruchttakken. Deze kunt u
terugsnoeien tot na het zevende blad ná de bloem!
De Nederlandse kiwi
kent nog geen ziektes en bijna geen vraat.
Na verloop van tijd
haalt u elk jaar één of meer oude takken weg.
Geschiedenis.

In het midden van de 19e
eeuw haalden Nieuw-Zeelandse missionarissen deze Chinese kruisbes uit de
Yang Tsje vallei en namen hem mee naar hun vaderland. Omdat de Amerikanen
de Nieuw Zeelanders vaak “kiwi’s” noemden (als bijnaam), kreeg deze
vrucht eigenlijk per ongeluk ook die naam: kiwi.
De echte kiwi is een
Nieuw Zeelandse loopvogel die niet kan vliegen.
De weelderige
slingerplant werd in Nieuw Zeeland veredeld tot een dikke zeer gezonde
vrucht.
Wat
zit er in een kiwi.
De kiwi zit eigenlijk
boordevol vitaminen en mineralen:
66 % van de dagelijks
aanbevolen hoeveelheid vitamine C, magnesium voor het beendergestel,
inositol voor de groei, kalium tegen een slap gevoel, pectine voor een
lager cholesterol, goed tegen stress of depressiviteit, foliumzuur,
vitamine E, aminozuur, calcium vitamine A en B1, 2 en 3, ijzer, zink en
koper.
Opbrengst.
Jaarlijks pluk ik een
paar honderd kiwi’s van elke struik bij mij in de tuin, soms wel
vierhonderd! De pluktijd is in oktober/november. Eetbaar in december t/m
maart zonder koeling!
Uiterlijke
bladkenmerken.
Bladkenmerken
vrouwlijke takken:
Groot donkergroen blad
met roze bladnerf aan de bovenkant. Eveneens een roze bladstengel. De
jonge scheuten zijn groffer dan de mannelijke. In het beginstadium is een
vrouwelijke knop lichtgroen.
Bladkenmerken
mannelijke takken:
Kleine lichtgroene
bladen met lichtgroene bladnerf aan de bovenkant. Eveneens lichtgroene
bladstengel. Jonge scheuten zijn zijn tengerder dan die van de vrouwelijke
planten. In het beginstadium is een mannelijke knop roze en ze zitten in
trosjes van drie in de bladoksels, soms wel 15-20 bloemen bij elkaar.
Lute
R. Bouwer.