mei 2004

Start
Kennismaking
Literatuur
Fotopagina
Streekprodukten
erven en hoeven
Knipselkrant
Contact
Links + zoeken
Gastenboek


<<< TERUG

 


De Jong'n van de rooie bolle  

De jong’n van de rooie bolle waren twee bekende Steenwijkerwoldiger broers.
Geert, de jongste broer had een stem waar een stadsomroeper jaloers op zou zijn. Niet iedereen was op zijn aanwezigheid gesteld, maar toch zocht hij altijd de verzamelpunten op waar veel mensen kwamen zoals op de zondagmiddag op de Woldberg, de ‘Elfduizend’ kermis en de zaterdagavond in Steenwijk.

Zijn broer Roelof was een heel andere man, een intelligente man, een echte intelligente kluizenaar die in z’n jonge jaren de MULO had doorlopen. Zijn grote liefde was z’n stenenverzameling. Bij elke steen had hij een verhaal en ik moet zeggen, hij wist er veel over te vertellen. Waar uiteindelijk zijn verzameling gebleven is weet ik niet. De beide mannen hadden twee totaal verschillende karakters en leefden in onmin met elkaar. De broers hadden geen mooie jeugd. Moeder was niet helemaal ‘goed bi’j d’r eufd’ en ‘vèder was altied op sjouw’.  Door de vader kregen ze ook de bijnaam ‘Rooie bolle’. De man had namelijk als enige boer in Steenwijkerwold rood melkvee, vandaar . . .

Een dubbele betekenis, want de man bezat ook een rode stier. Ook de boer zelf hield wel van  hengstige praktijken.  Stad en land fietste hij af om vrouwen te veroveren. Vrouwen en meisjes waren doodsbang voor hem. Zijn territorium was erg groot, een straal van circa vijentwintig kilometer.  Roelof en Geert kwamen nooit aan dit soort avonturen toe. Zij waren beiden het toppunt van zuinigheid. Stakkers waren het, waar eigenlijk iedereen medelijden mee had.

het ‘voerenwerk’ kenden ze niet goed en als ze dat deden, dan gebeurde dat op een erg achterlijke manier. Zo heb ik Roelof wel eens als paard voor de zigzag eg zien lopen, een verschrikkelijk zwaar werk . Lange tijd staken ze ook nog grasplaggen voor de potstal (ca 1950). Voor zover ik weet deed dat geen enkele Steenwijkerwoldse boer in die tijd.

Broer Geert mocht graag uitgaan,  je kon hem dan ook vaak in Steenwijk aantreffen. Omdat hij z’n broer niet vertrouwde en hij ook dacht dat Roelof alle sleutels had, timmerde hij bij zijn eigen afwezigheid zijn voordeur dicht! Hij had daar heel wat ‘lange spiekers’ voor nodig.

Z’n thuiskomst was voor de omwonenden een belevenis, want dan moesten alle spijkers weer uit de deur getrokken worden. Maar ondanks z’n goede maatregelen werd er volgens Geert altijd bij hem gestolen en altijd kreeg broer Roelof de schuld.

Lange onderbroeken, borstrokken en hemden waren van die dingen die Geert regelmatig kwijt was. Als er een aanslagbiljet kwam van de belasting dan was dat ook Roelof z’n schuld. Roelof was een CDA aanhanger en Dries van Agt was op dat moment premier. Elk half uur deed Geert de deur open en stond een kleine tien minuten in de deuropening te schreeuwen. Roelof en z’n vriend Van Agt werden dan overal voor uitgescholden. Soms gingen die scheldkanonades door tot ’s nachts twaalf uur. Iedere buurtgenoot kon dan volop meegenieten.

In de stille nachtelijke uren kon je de harde stem van Geert van verre horen. M’n dochter had nog wel eens medelijden met goedaardige Roelof. Zij ruimde daar de smeerboel wel eens wat op. Ook bracht ze hem wel eens wat warm eten. Daar had hij niet al teveel vertrouwen in en wij weten ook niet of hij het wel echt op ging eten. Schijnbaar at hij anders alleen maar brood. Geert ging regelmatig z’n banktegoeden controleren. Dan stapte hij naar het postkantoor en moesten ze hem laten zien dat het geld nog aanwezig was. Employees speelden het spel dan gewoon mee en soms moest het geld daarvoor speciaal uit Steenwijk komen.

Vandaag de dag zou zoiets natuurlijk niet meer kunnen.
Lute R. Bouwer.


Bron: IJsselhammer no.11, 24-05-2004