juni 2004

Start
Kennismaking
Literatuur
Fotopagina
Streekprodukten
erven en hoeven
Knipselkrant
Contact
Links + zoeken
Gastenboek


<<< terug

 
800 jaar oude monumenten.  
    
 
"Lute, heb je die mooie paddestoel in die essenstobbe wel gezien in de Beeksteeg"?.
Dat kwam Tinus Franssens mij speciaal even vertellen. "Bedankt Tinus".

De oudste monumenten van de Kop van Overijssel staan ongetwijfeld in Steenwijkerwold. Daar in het houtwallen gebied is de buurt van het duizenden jaren oude Reunendal zijn niet alleen meters dikke stenen en geologische vondsten te vinden maar ook levende monumenten: essenstoven. De grootste essenstoof (onderste stuk van een boom) heeft een dwarsdoorsnede van drie meter (omvang bijna tien meter) en is te vinden in het eerste deel van de Gelderingensteeg vanaf Café Gelderingen/R.K. begraafplaats. De grootste essenstoof is ongeveer 800 jaar oud. Achttien stoven zijn ouder dan 500 jaar. De eerste nederzettingen in het houtwallen gebied werden al in de 12e eeuw gesticht (Thij). Hier vonden de markebijeenkomsten plaats, waarvoor een door wallen omgeven grasveld diende. Van hieruit werden ook de Hoogvenen van Ruxveen en Weerribben ontgonnen (vanaf 1150). Voordat men met de venen begon had men eerst het Wold (bos) van Steenwijkerwold leeg gekapt. Op deze ontgonnen gronden werd in eerste instantie rogge verbouwd. Toen men vee ging houden waren er afscheidingen nodig: houtwallen of meidoornhagen. En die houtwallen moest men bij houden. Regelmatig kappen dus voor het boerengeriefhout. Essen en eikenhout werd gebruikt voor gereedschapstelen en stekpalen (later). Een afscheiding van wal of heg noemde men een Vre dinghe (zie Oldemarktse weg 163).

Ecologische waarde.
Naast een grote historische waarde hebben essenstoven een ecologische waarde. De oude stoven vormen een leefgebied van zeldzame blad- en levermossen dat hangt samen met het bijzondere microklimaat binnen de stoven. Bijzondere bosplanten zijn er dus te vinden bij de zeer oude hakhoutwallen. Wij noemen hier de Hondsroos, Heegeroo, Ruwbladige viltroos en de Beklierde heggeroos en verder Gierstgras, Grote Muur, Schede geelster en Bosanemoon, Speenkruid, Erepreis, Vogelmelk.

Hakhout.
Als de Es regelmatig bij de grond wordt gekapt (afgezet) loopt de overgebleven stam weer uit met jonge takken. Bij herhaald afzetten ontstaan essenstobben. Deze noemt men stoven. In de loop van de tijd worden de stoven steeds hoger en komen los van elkaar te staan en het hart van de boom sterft af en de randen blijven staan en men noemst ze 'kollanders¹, bij hoge stobben noemt ze 'hindersteyners¹(bij eiken en beuken). De in het verleden bewust aangeplante Es heeft een hakcyclus van één tot twintig jaar, afhankelijkv an de takken of stammen (bonenstokken, dun) tot stekpaal of brandhout (dik). Normaal kan een Es op leemgrond 200 jaar oud worden en derig meter hoog. Essenstoven daarentegen kunnen wel meer dan duizend jaar oud worden (groei 2 á 3 milimeter per jaar). Vindplaats Woldberg, wallen rond Oldemarkt en Paasloo.

De houtwallen in Steenwijkerwold zijn verder om z¹n vele mooie bomen en struiken vooral in het voorjaar erg mooi om hun bloeiende Sleedoorn (bloeit tijdens koude week) en meidoornstruiken en hupen (ook koude periode tijdens bloei) Verder vallen de vele hulststruiken, hazelaars, hopplanten, bramen en Wilde framboos op. En vooral bij de Beek de Kardinaalsmuts en Brem.

Gelderingen Steeg.
Het is zinvol om erg zuinig te zijn op dit stukje cultuur/natuur van dit 1000 jaar oude kerkepad waar mensen uit het lage land van Ruxveen en Scarwolde langs trokken naar de kerk in Steenwijkerwold. In de Gelderse oorlogen (rond 1523) zullen hier waarschijnlijk wel Gieterse troepen langs getrokken zijn. Dit deel van de Kop van Overijssel lag immers op de breuklijn van Friese en bisschoppelijke invloedssferen. Ga daarom de wandeling eens maken vanaf Gelderingen naar het Reunedal. (De Reune is een van de snelst stromende beekjes in Nederland met een verval van 20 meter, voorheen 26m, op circa 3 kilometer. Het Waterschap heeft de taak deze beek eens weer in ere te herstellen).

In streektaal.
Bekketrekkers of sleien = blauwe eetbare vruchten van sleedoorn. Spinnekoppen = rode vruchten (eetbaar) van meidoorn.
Literatuur:
Piet Bremer 1998, H. Bruinenberg 1959, Jan ten Hoven en F.D. Leiler 1996, J. Kroes en Thol 1979, J.G. Molenaar en H.J.W. Schimmel 1984, 'T Wold II, III, IV Lute Bouwer 1995-2000. Engels talige literatuur: H.C. Greven 1992, G.F. Pietersen 1981, O. Rackham 1980.