Korte
stukkies . . .
Langs
de diek reacties:
Na
het uitkomen van het boek Langs
de diek melden de mensen ziich met heel veel leuke dingen.Zo
gingen er al boeken naar Australie, Indonesie, Amerika, Canada, Nieuw
Zeeland en zelfs naar China. Ook kwamen er mensen met het idee om het
tolhuis van Baarlo opnieuuw te bouwen aan het nieuwe randmeer tussen
polder en de Kop van Overijssel. Een leuk idee. Restaurant Geertien in
Muggenbeet heeft zelfs de dorpsgeschiedenis op de menukaart gezet.
Had
Bouwer het in zijn boek al over het voorkomen van negen soorten
walvissen in de toenmalige Zuiderzee, anno 2005 liggen deze grote
dieren opnieuw voor de spuisluizen in de Afsluitdijk.
Mevrouw
de Lange (0561-452862) wil graag weten wie er in de boerderijen hebben
gewoond van pag.39 en 45.
Circa
400 moeders kregen het leuke boekje op Moederdag en ze waren er erg
blij mee.
De Nachtvogel
"s
avonds 13 juni hoorde ik hem voor het eerst. Ik maakte 's avonds even
een rondje langs de Thijlingerhof. Ter hoogte van de Engesteeg (wie
weet waar die is) hoorde ik een voor mij onbekende vogel. Drie korte
fluittoontjes kort achter elkaar en dan drie keer. Ik dacht aan een
kwartel maar was er niet helemaal zeker van. Een kleine week later
hoorde ik bij ons huis aan de Conincksweg eenzelfde geluid. De
volgende dag maar Dik Woets gebeld, maar helaas die was er niet. Toen
maar een collega vogelkenner Ronald Messenmaker geraadpleegd. Dat is
een kwartel, zei de man van Natuurmonumenten. Toen was het mij wel
duidelijk, want ik kwam een jaartje geleden al eens een kwartelkoning
tegen. Toen ik het verhaal aan Klaus Volkmann vertelde, had voor mij
nog een verassig in petto. Sebastiaan, de zoon van Klaus, had een jaar
eerder al eens een koppel jongen gezien in de
Voshoek. En in Denemarken, waar hij een tijd werkte, had hij deze
diertjes al eens vaker gezien. In Voshoek zag hij de kwartels bij de
roggeoogst. Kennelijk gedijen de dieren goed tussen houtwallen, rogge,
oude perceelsstekken en vriendelijke mensen. Ik ben heel erg blij met
deze waarnemingen van dit zeer kleine, op patrijzen gelijkende vogels.
Ze zijn maar zestien centimeter lang en kleiner dan een zanglijster en
dan staan ze ook nog eens eenkeer kort op de poten.
Tis
Moane
,,Tis
moane", zei Evert
Timmerman (1900) dan. (Evert gung mit et joar op en neer).
Hij
was leider van o.a. de Chr. Jongelingsvereniging. Timmerman woonde in
Nederland en was lang vrijgezel. Pas op latere leeftijd had hij oog
voor vrouwelijk schoon, toen trouwde hij en ging op het Wold wonen.
Hij was goed op de hoogte van de streekgeschiedenis, maar was ook een
echt natuurmens. Bij het uitzetten van vergaderingen en jaarfeesten
hield hij altijd rekening met het weer snachts, Het moest dan altijd
,,moane" wezen, want dan kon iedereen de weg over de smalle
fietspaden en vonders goed zien. Want als je naast zo’n vonder
terecht kwam was dat niet zo best. Moesten de mensen op de schaats,
dan konden ze iwakken en ander onbetrouwbaar ijs eveneens goed zien.
En voor de jongelui was de ,,moaneschien" bij het thuis brengen
van de meisjes, ook wel zo makkelijk. Dan kon je zien wat voor vlees
je in de kuip had .Voor dikke boerenzoons uit Bankenham was het
bovendien praktisch nut, want dan kon je het aantal stalraampjes
tellen.(zie boek langs de diek
van Lute Bouwer. Een praktisch en romantisch voordeel dus.
Nog
een paar . . .
zonder zak
Onze
streektaal kan soms kort van stof zijn, maar soms ligt het ook aan de
mensen. Zo hoorde ik
onlangs een mevrouw zeggen ,,Albert
mijt teeg"n woordeg mit de zak".
Dat
kunststukje wilde ik wel eens zien, vandaar dat ik navraag deed.
Want ik dacht bij mezelf, “hoe krijgt hij dat voor elkaar”.
De oplossing bleek simpel te zijn. Albert maaide ,Wanneer er veel gras
stond, met de gazonmaaier met opvangzak er achter en als er weing gras
was, zonder deze opvangzak.
“Dan mijde hij dus
zonder zak", een
trieste boel dus.
flatten strijjen
Flatten
strijjen of meststrijjen is straks niet meer nodig. Studenten van
Hogeschool Wiindesheim vonden de flatten detector uit. Een robot zoekt
de koeienpoep op en maakt korte metten met het hoopje mest. Dus als u
zo’n robotje in het land ziet, dan
wel even goed uitkijken!
centen gezocht.
De
heer Wierda in Emmeloord wil graag contact met mensen die “Cent” heten.
Kent
u zo iemand, bel het adres of telefoonnummer dan even door aan Wierda:
tel.0527-620073.
Wie
weet misschien spaart hij wel een dubbeltje bij elkaar.
Het
kievietshoekie:
Het
Kievietshoekie in Muggenbeet bracht nog al wat tongen in beweging. Het
stukje grond achter de hooiberg van destijds Harm
en Arie van Sluis bestaat in de oude vorm niet meer, maar is
gedeeltelijk gebruikt voor de weg door Muggenbeet. Op het stukje grond
woonde ooit de Kieviet (waarvan de echte naam Hazevoort
was). De familie woonde later in het gehucht Nederland. De mensen
moeten erg arm geweest zijn “Mevrouw
Hendrikje Lok-Timmerman” weet
zich dat nog goed te herinneren.(Lees
ook in het boek ,,langs de diek"). “ Ik had destijds al
m"n vriendinnetjes in Nederland”,
zegt Hendrikje (1919) en ging met hun de buren bijlangs,
want het nieuwjaarsdag was. Overal kregen de kinderen uit Nederland
een halve cent, maar kreeg helemaal niets voor het Nieuwjaar winnen.
Daar was ik echt heel sneu
van. Maar ik had het kunnen weten, Muggenbeetse kinderen kregen niets.
Toen kwamen wij bij het kleinste huisje van Nederland. Dat huisje
stond ten Noorden van het dorp min of meer in de ribben (veenhut).
Daar in het kleinste huisje, daar woonde de Kiewiet.
En wat denk wat ik daar kreeg, een halve stuiver, voor kinderen
een klein kapitaal in die dagen. Ik was de koning te rijk, zelfs mijn
vader was er ondersteboven van. Dat maak ik later weer goed met die
mensen zei hij, want
mensen met zoveel liefde voor kinderen zijn zeldzaam. Of mijn vader er
later ook inderdaat naar toe is gegaan dat weet ik niet meer, maar hem
kennende zal hij dat vast wel gedaan hebben. Op mij heeft het
indertijd grote indruk gemaakt. Navraag bij Harm de Lange en Geertje
Timmerman-deLange (1916) leerde mij dat deze mensen een uitkering
kregen van de kerk in Blankenham. Het verhaal speelt tussen 1920 en
1925.
Nog meer
molens in De Kop:
Toen
ik een jaar of tien geleden begon met mijn eerste boekje "t-Wolt
1” ,was ik een kaartje
nodig waarop ik de diverse grote molens in wilde tekenen. Dat kaartje
kreeg ik van een historicus en die zij tegen mij, daar hoef je niet
aan te beginnen, want het waren allemaal kleine molentjes. Ik wist wel
beter want ik fietste dagelijks langs een aantal van dje grote molens.
In zo’n geval moet je dan maar gewoon eigenwijs zijn en gewoon je
eigen zin doen. Toen bracht ik dus al een aantal molens in kaart. En
nu ik intussen al een stuk of acht boeken geschreven heb, ben er
achter gekomen dat het hier in De Kop van Overijssel gewoon wemelde
van de molens, zodat ik mijn prognose iedere keer moet bijstellen. Het
aantal zit nu al tussen de 110 en 125. De komst van de stoommachine
rond 1890 en de inpoldering van het waterland heeft een slachting
onder de koren- en
poldermolens aangericht. Ik maakte nog net de laatste poldermolens mee.
De korenmolens waren veelal gewone standermolens die onder andere
stonden in Oosterhoek,Tuk, De Pol, Achterbuurt, Wittepaarden,
Brouweringen, Baars, Baarsmolen, Eesveen en De Eese.
Andere
standermolens stonden inThij, Kwikkels, Basse, basserveld en Molenhoek.
Voor Gelderingen en Kerkbuurt en Voshoekheb ik er ook nog drie staan,
maar die kunnen van boeren geweest zijn die grond in het laagland
hadden. Al met al dus een boeiende aangelegenheid, want dan kom je ook
de poldermolens tegen van Muggenbeet, Wetering, Nederland en
scheerwolde. En daar kan ook best een graanmolen bij geweest zijn. Ook
Belt Schutsloot, Beulake
(1776), Ronduite, Beukers, Wanneperveen enz. hadden
dit soort molens.
Leuk
werk om dat allemaal eens uit te zoeken.
Lute R. Bouwer.
Bron:
IJsselhammer, juni/juli 2005