juni-juli 2005

Start
Kennismaking
Literatuur
Fotopagina
Streekprodukten
erven en hoeven
Knipselkrant
Contact
Links + zoeken
Gastenboek


<<< terug

 
Korte stukkies . . .

Langs de diek reacties:

Na het uitkomen van het boek Langs de diek melden de mensen ziich met heel veel leuke dingen.Zo gingen er al boeken naar Australie, Indonesie, Amerika, Canada, Nieuw Zeeland en zelfs naar China. Ook kwamen er mensen met het idee om het tolhuis van Baarlo opnieuuw te bouwen aan het nieuwe randmeer tussen polder en de Kop van Overijssel. Een leuk idee. Restaurant Geertien in Muggenbeet heeft zelfs de dorpsgeschiedenis op de menukaart gezet.

Had Bouwer het in zijn boek al over het voorkomen van  negen soorten walvissen in de toenmalige Zuiderzee, anno 2005 liggen deze grote dieren opnieuw voor de spuisluizen in de Afsluitdijk.

Mevrouw de Lange (0561-452862) wil graag weten wie er in de boerderijen hebben gewoond van pag.39 en 45.

Circa 400 moeders kregen het leuke boekje op Moederdag en ze waren er erg blij mee.

 De Nachtvogel

"s avonds 13 juni hoorde ik hem voor het eerst. Ik maakte 's avonds even een rondje langs de Thijlingerhof. Ter hoogte van de Engesteeg (wie weet waar die is) hoorde ik een voor mij onbekende vogel. Drie korte fluittoontjes kort achter elkaar en dan drie keer. Ik dacht aan een kwartel maar was er niet helemaal zeker van. Een kleine week later hoorde ik bij ons huis aan de Conincksweg eenzelfde geluid. De volgende dag maar Dik Woets gebeld, maar helaas die was er niet. Toen maar een collega vogelkenner Ronald Messenmaker geraadpleegd. Dat is een kwartel, zei de man van Natuurmonumenten. Toen was het mij wel duidelijk, want ik kwam een jaartje geleden al eens een kwartelkoning tegen. Toen ik het verhaal aan Klaus Volkmann vertelde, had voor mij nog een verassig in petto. Sebastiaan, de zoon van Klaus, had een jaar eerder al eens een koppel jongen gezien in  de Voshoek. En in Denemarken, waar hij een tijd werkte, had hij deze diertjes al eens vaker gezien. In Voshoek zag hij de kwartels bij de roggeoogst. Kennelijk gedijen de dieren goed tussen houtwallen, rogge, oude perceelsstekken en vriendelijke mensen. Ik ben heel erg blij met deze waarnemingen van dit zeer kleine, op patrijzen gelijkende vogels. Ze zijn maar zestien centimeter lang en kleiner dan een zanglijster en dan staan ze ook nog eens eenkeer kort op de poten.

 Tis Moane

,,Tis moane",  zei Evert Timmerman (1900) dan. (Evert gung mit et joar op en neer).

Hij was leider van o.a. de Chr. Jongelingsvereniging. Timmerman woonde in Nederland en was lang vrijgezel. Pas op latere leeftijd had hij oog voor vrouwelijk schoon, toen trouwde hij en ging op het Wold wonen. Hij was goed op de hoogte van de streekgeschiedenis, maar was ook een echt natuurmens. Bij het uitzetten van vergaderingen en jaarfeesten hield hij altijd rekening met het weer snachts, Het moest dan altijd ,,moane" wezen, want dan kon iedereen de weg over de smalle fietspaden en vonders goed zien. Want als je naast zo’n vonder terecht kwam was dat niet zo best. Moesten de mensen op de schaats, dan konden ze iwakken en ander onbetrouwbaar ijs eveneens goed zien. En voor de jongelui was de ,,moaneschien" bij het thuis brengen van de meisjes, ook wel zo makkelijk. Dan kon je zien wat voor vlees je in de kuip had .Voor dikke boerenzoons uit Bankenham was het bovendien praktisch nut, want dan kon je het aantal stalraampjes tellen.(zie boek langs de diek van Lute Bouwer. Een praktisch en romantisch voordeel dus.  

Nog een paar . . .

       zonder zak

Onze streektaal kan soms kort van stof zijn, maar soms ligt het ook aan de mensen.  Zo hoorde ik onlangs een mevrouw zeggen ,,Albert mijt teeg"n woordeg mit de zak".

Dat kunststukje wilde ik wel eens zien, vandaar dat ik navraag deed.  Want ik dacht bij mezelf, “hoe krijgt hij dat voor elkaar”. De oplossing bleek simpel te zijn. Albert maaide ,Wanneer er veel gras stond, met de gazonmaaier met opvangzak er achter en als er weing gras was,  zonder deze opvangzak.  “Dan mijde hij dus zonder zak",  een trieste boel dus.

        flatten strijjen

Flatten strijjen of meststrijjen is straks niet meer nodig. Studenten van Hogeschool Wiindesheim vonden de flatten detector uit. Een robot zoekt de koeienpoep op en maakt korte metten met het hoopje mest. Dus als u zo’n robotje in het land ziet,  dan wel even goed uitkijken! 

      centen gezocht.

De heer Wierda in Emmeloord wil graag contact met mensen die “Cent”  heten.  
Kent u zo iemand, bel het adres of telefoonnummer dan even door aan Wierda: tel.0527-620073.
 
Wie weet misschien spaart hij wel een dubbeltje bij elkaar.
 

     Het kievietshoekie:

Het Kievietshoekie in Muggenbeet bracht nog al wat tongen in beweging. Het stukje grond achter de hooiberg van destijds Harm en Arie van Sluis bestaat in de oude vorm niet meer, maar is gedeeltelijk gebruikt voor de weg door Muggenbeet. Op het stukje grond woonde ooit de Kieviet (waarvan de echte naam Hazevoort was). De familie woonde later in het gehucht Nederland. De mensen moeten erg arm geweest zijn “Mevrouw Hendrikje Lok-Timmerman”   weet zich dat nog goed te herinneren.(Lees ook in het boek ,,langs de diek"). “ Ik had destijds al m"n vriendinnetjes in Nederland”,   zegt Hendrikje (1919) en ging met hun de buren bijlangs, want het nieuwjaarsdag was. Overal kregen de kinderen uit Nederland een halve cent, maar kreeg helemaal niets voor het Nieuwjaar winnen. Daar  was ik echt heel sneu van. Maar ik had het kunnen weten, Muggenbeetse kinderen kregen niets. Toen kwamen wij bij het kleinste huisje van Nederland. Dat huisje stond ten Noorden van het dorp min of meer in de ribben (veenhut). Daar in het kleinste huisje, daar woonde de Kiewiet.  En wat denk wat ik daar kreeg, een halve stuiver, voor kinderen een klein kapitaal in die dagen. Ik was de koning te rijk, zelfs mijn vader was er ondersteboven van. Dat maak ik later weer goed met die mensen  zei hij, want mensen met zoveel liefde voor kinderen zijn zeldzaam. Of mijn vader er later ook inderdaat naar toe is gegaan dat weet ik niet meer, maar hem kennende zal hij dat vast wel gedaan hebben. Op mij heeft het indertijd grote indruk gemaakt. Navraag bij Harm de Lange en Geertje Timmerman-deLange (1916) leerde mij dat deze mensen een uitkering kregen van de kerk in Blankenham. Het verhaal speelt tussen 1920 en 1925.  

Nog meer molens in De Kop:

Toen ik een jaar of tien geleden begon met mijn eerste boekje "t-Wolt 1”  ,was ik een kaartje nodig waarop ik de diverse grote molens in wilde tekenen. Dat kaartje kreeg ik van een historicus en die zij tegen mij, daar hoef je niet aan te beginnen, want het waren allemaal kleine molentjes. Ik wist wel beter want ik fietste dagelijks langs een aantal van dje grote molens. In zo’n geval moet je dan maar gewoon eigenwijs zijn en gewoon je eigen zin doen. Toen bracht ik dus al een aantal molens in kaart. En nu ik intussen al een stuk of acht boeken geschreven heb, ben er achter gekomen dat het hier in De Kop van Overijssel gewoon wemelde van de molens, zodat ik mijn prognose iedere keer moet bijstellen. Het aantal zit nu al tussen de 110 en 125. De komst van de stoommachine rond 1890 en de inpoldering van het waterland heeft een slachting onder de koren-  en poldermolens aangericht. Ik maakte nog net de laatste poldermolens mee. De korenmolens waren veelal gewone standermolens die onder andere stonden in Oosterhoek,Tuk, De Pol, Achterbuurt, Wittepaarden, Brouweringen, Baars, Baarsmolen, Eesveen en De Eese.

Andere standermolens stonden inThij, Kwikkels, Basse, basserveld en Molenhoek. Voor Gelderingen en Kerkbuurt en Voshoekheb ik er ook nog drie staan, maar die kunnen van boeren geweest zijn die grond in het laagland hadden. Al met al dus een boeiende aangelegenheid, want dan kom je ook de poldermolens tegen van Muggenbeet, Wetering, Nederland en scheerwolde. En daar kan ook best een graanmolen bij geweest zijn. Ook Belt Schutsloot,  Beulake (1776), Ronduite, Beukers, Wanneperveen enz.  hadden dit soort molens.

Leuk werk om dat allemaal eens uit te zoeken.
Lute R. Bouwer.

Bron: IJsselhammer, juni/juli 2005

De strijd om de weidevogel . . .


Roel Nijenhuis uit Thij is een verwoed eierzoeker. Samen met z’n metgezel Kuiper zocht hij in de afgelopen jaren honderden bunders land af. In 2002 waren dat zevenhonderd en in 2004 vierhonderd hectare.
Afgelopen week vond hij een nest met vijf kievietseieren. Dat is niet alledaags, want gewoonlijk komt een kieviet niet verder dan vier eieren per nest. Bij elk gevonden nest zet Roel een stokje neer zodat de boer kan zien waar zich een nest bevind. Vogelliefhebbende boeren zetten het nest dan eventueel over op reeds eerder bewerkte grond. Maar niet alle boeren doen dat, met alle nare gevolgen van dien!
Wanneer de eerste kievieten terugkeren van hun winterse zwerftochten, zijn dat altijd mannetjes. Die zoeken dan een geschikt plekje, op niet te dicht begroeid terrein. Ze verdedigen dit stukje grond hartstochtelijk tegen andere kievieten. Zelfs vogels als eksters, kraaien en gaaien worden dan aangevallen. Later voegen de vrouwtjes zich bij de mannetjes, tenminste als de mannetjes een territorium gevonden hebben. De mannetjes die dat niet hebben moeten het komende seizoen dus als vrijgezel doorbrengen. Maar o wee echter als er een territoriumbezitter sterft. Dan ontstaan er felle gevechten. niet om de achtergebleven weduwe, maar om dat belangrijke stukje grond. Pas als het door een van de vrijgezellen veroverd is, gaat deze een van de vrouwtjes het hof maken.
Al spoedig liggen er dan vier eieren in een kuiltje. Ze liggen met de punten naar elkaar toe om wegrollen te voorkomen.

De vos

Vonden onze beide eierzoekers in 1999 nog zo’n 125 legsels waarvan er 115 uitkwamen, in 2004 waren dat er respectievelijk 28 en 15!
De grutto verdween practisch helemaal uit beeld en tureluur en wulp komen ook nagenoeg niet meer voor. De vos heeft zijn intrede gedaan en is de grote boosdoener als het gaat om vraat. dat er zoveel eieren en kuikens verdwijnen is zeer demotiverend voor de boer en vrijwilliger.
De typisch Nederlandse weidevogels mogen beslist niet uitsterven, want dan hebben we uiteindelijk allemaal verloren!

Lute Bouwer.
Bron: IJsselhammer.