 | “Molens
in de Kop van Overijssel".
Algemeen:
Het aantal molens in Nederland van vóór 1850, lag ooit zo rond
de 10.000 en dat waren dan de molens voor professioneel gebruik. In
1925 waren er nog 2405, in 1945 nog 1300 en anno 2001
nog maar 975 over. In geheel Overijssel staan momenteel nog 40
grote molens, terwijl er in de Kop van Overijssel nog 11 staan. (6
tjaskers, 1 spinnekopmolen, 1 tonmolen, 1 graanmolen,1 onttakelde
torenmolen, 1 onttakelde graanmolen)
Moderne energiemolens:
Steenwijkerland was ooit goed voor 110 - 125 grote molens. Dat waren
meestal korenmolens, grote
poldermolens, spinnekopmolens, wip watermolens, stander molens en
grote z.g. Amerikanen.
De Kop van overijssel kent een assortiment van 15 molens, waarvan de stander
molen de grondlegger is.
stander molen
De Kop van Overijssel is altijd al een rijk molenland geweest. Ook
nu nog
heeft de Kop en z'n directe omgeving het grootste aantal nog
bestaande
molentypen. Als de Gemeente z'n best doet kunnen daar nog best een
paar
typen bij. Zo zou een walmolen boven op de Steenwijker wallen
het
goed doen, evenals een echte watermolen in Giethoorn.
Koren molen:
In elk dorp of stad kon je wel een molen van dit type vinden.
Zo kwam ik in de geschiedenis van de Kop opvallend veel korenmolens
tegen.
Zoals in Vollenhove, Blokzijl, Giethoorn, Baars(4), Steenwijk (2),
Kuinre, Kwikkels, Tuk, Thij, Paasloo, Oldemarkt, Wanneperveen, Polder Gelderingen, Witte
Paarden, Willemsoord, Sint Jansklooster, Basse (2) en Molenhoek.
De “Schultinghe molen” in Molenhoek
De molenaar (mulder, maler), de bakker en de caféhouder zijn al
lang verdwenen, maar de Molenhoek en Molensteeg bestaan nog steeds. In
de directe omgeving van de vroegere molen richtte Gerard Eilers
in 1986 een nieuwe activiteit op: Zuivelbedrijf
“De Beek”.
De graanmolen aan de Molensteeg heeft er eeuwen gestaan. Op een kaart
uit 1648 tekende N. ten Have deze molen al, die zeker tot 1870 in
bedrijf gebleven is.
Maar ook Oldemarkt, Giethoorn en Baars hadden toendertijd al molens.
Van de bekende molenaarsfamilie “Lenstra”
bedienden Ebbel, Wiebe en Roelof niet alleen deze, maar ook de
molen in Wolvega “De
Windlust”.
De molenstenen van de molen uit Molensteeg hebben lange tijd vooraan
bij de weg gelegen voordat ze op de deel van Hoeve “Wester
Schultinghe” terecht
kwamen. De huidige bewoners hebben ze daar in de grond laten zakken.
De familie Lenstra had naast de molenwerkzaamheden ook een bakkerij,
zodat de eigenaar van het graan met vers brood naar huis kon.
In het plaatselijk cafeetje konden ze dan, onder het genot van een
borreltje, even de dagelijkse dingen met elkaar bepraten. Soms stonden
ze gewoon voor de molen in de rij op hun beurt te wachten. Hier
schepten ze vaak flink op over hun grote graanopbrengsten.
Steenwijk: molen bij de Oosterpoort
Hierdoor is die plek later in de volksmond “Leugenplek”
(=Gerritshoek) gaan heten, één
van de oudste delen van ’t Wold: de driesprong
Gelderingen-Hesselingendijk-Basserweg
Pastoor Johannes Hogeman liet in 1891 op de hoeve van zijn broer
Cornelis, de volgende tekst aanbrengen:
“Schultinghe, anno Domino
1200”
en
“verbouwd in 1891”
boven de voordeur kwam in Latijn te staan:
“Crusis Signum Domus
Salus”
(=teken de kruizes, heil des huizes)
Boven de haard werd een fraai in 1628 gegoten tafreel aangebracht,
voorstellend:
“de rijke man en de
arme Lazarus”
Op de voorgevel van de boerderij kwam een afbeelding van de
“Stander Molenhoek”
te staan, die vandaag de dag nog te zien is.
|
Hoeve
|
Huidig
adres
|
Bewoners
|
Genoemd
in:
|
|
“Ooster
Schultinghe”
|
Basserweg
2
|
Fam.
Koers
|
1200
en 1313
|
|
“Wester
Schultinghe”
|
Basserweg
6
|
Fam.
Heinen en Katers
|
1313
|
Molentypes:
De oudste is de korenmolen, te verdelen in twee types:
1 de starre wit beplijsterde molen (De Koepel-Eeze) afkomstig uit
Zuid-Europa en
2 de houten “stander-“ of
“staakmolen” (Molensteeg). Hiervan rustte het gehele houten
molenhuis op een verticale “koningsspil” en kon dus om dit punt
draaien (naar de wind zetten). Het onderstel bestond uit verticale en
schuine balken op gemetselde funderingsblokken. Aan de achterzijde
bevond zich een trap en een zware staartbalk. Onder aan die trap
bevond zich de “kruias” met
“kruiwiel”, waarmee de molen “op de wind”
werd gezet.
Vanuit dit type ontstond de latere watermolen.
Molenaars
gedicht
Bronnen:
’t Wold I,II, III en IV,
Rond de Ribben, Rond de Beulaker, Giethoorn van Lute R. Bouwer
Wij in Steenwijkerwold van Henk Bruinenberg,
Archief van Lute R. Bouwer, Pé Plat, Johannes Hogeman, Pieter Koster.
|
 | .
|
|