SlotGelderingen

Start
Kennismaking
Literatuur
Fotopagina
Streekprodukten
erven en hoeven
Knipselkrant
Contact
Links + zoeken
Gastenboek


<<< terug
 

De geschiedenis van Slot Gelderingen.

In de middeleeuwen was Steenwijkerwold een marke, waarin twee hoven voorkwamen.Dat waren het hof Gelderinghe of Geldering en het hof Bodekinc of Boedekine.Beide hoven werden al 1456 genoemd.Deze hoven waren toen al in het bezit van de bisschop van Utrecht.Hendrik van Cuenze (Kuinre) leende toen de Hof Gelderinghe en huis en erf Conynhof of Konings, later Coningsgoed. Op de plaats waar de eerste Heilige Andreaskerk van 1830 moet toen een hoeve met woontoren gestaan hebben. Bij de bouw van die kerk zijn die restanten opgeruimd.Ook de grachten zijn na 1832 deels geslecht.   Dit door wallen en grachten afgebakende geheel noemde men vroeger ’t Slothof. De grachten en wallen moeten voor de bouw van die kerk ook gedempt zijn.Het geheel kon dus als een soort vesting dienst doen. Op de plaats vroeger hoeve Gelderingen stond werd de pastorie gebouwd.Hoeve Gelderingen verhuisde dus een stukje naar het oosten. In 1913 werd de huidige parochiekerk gebouwd.

In 1842 legde men ook een eigen RK begraafplaats aan, die in 1916 werd uitgebreid.

De families Croeve en Schulting

In 1596 woonden of deze hoeve Klaas Croeve met zijn vrouw Joanna Schulting.

Claas Willems werd in 1574 erfgenaam van Steenwijkerwold.

Claas Willems Croeve en Joanna Schulting waren naar Emdenlant getrokken waar ze in 1551 zijn getrouwd. Ze hadden waarschijnlijk 6 kinderen. Klaas Croeve moet eerst knecht geweest zijn van de vader van Joanna, die Michiel Schulting heette en die was getrouwd met Frouk Hidding. De vader van Joanna was baljuw (justitioneel ambtenaar) in Steenwijk. Het echtpaar had  6 zoons en 3 dochters. Ze woonden in hoeve Ooster Schultinge in Molenhoek, Basse (nu Basserweg 2).

De patriciërs van Steenwijkerwold stuurden hun kinderen in die tijd vaak naar de universiteit in Keulen

De zonen waren;

* Coenraet, was de oudste zoon.

Peter, studeerde aan de universiteit in Keulen.Hij werd doctor ivris in Keulen en ambassadeur.

Herman, studeerde aan de universiteit in Keulen. Hij werd doctor in de rechten in Keulen.

* Claes, studeerde aan de universiteit in Keulen. Hij was licentiaat in Keulen.

* Cornelis, studeerde aan de universiteit in Keulen. Hij was theoloog, licentiaat, professor en kanunnik in Keulen. Hij was een echte calvinisten bestrijder.

* Joan, studeerde aan de universiteit in Keulen. Hij was licentiaat.

De titellicentiaat is vergelijkbaar met de standaard academische graad van doctorandus.

En dan de dochters;

* Joanna*, die dus trouwde met Claas Willems Croeve.

* Vrouwkje*, die trouwde met Albert Alberts.

* Gese, die trouwde met Peter Lantinck.

Over wie van beide vrouwen nu precies met Claas Croeve getrouwd was, zijn de meningen verdeeld.Volgens Pastoor Hogeman was dat Joanna.

De kinderen van Claas Willems Croeve (Kruve) en Joanna Schulting waren;

* Griete Claas, 1551, getrouwd met Jan Koop, woonde op de Appelhof.

* Andreas Claas, getrouwd met Anna, kopen in 1603 en 1625 gedeelte 
   erve   Ooster Schultinge.

* Michiel Claas, getrouwd Anna Jans.

* Mr. Pieter Claas of Mr. Peter Kruve, de Licentiaet, 1569-1624.

 

Hoeve of huis met stenen woontoren in Gelderingen

In de Middeleeuwen lagen in Steenwijkerwold verscheidene boerenhoeven.

De Germaans/Saksische hoeven werden vroeger volkomen willekeurig in het landschap neer gezet.Soms vormden zich om deze boerderijen kleine nederzettingen zoals in Gelderingen, Basse, Voshoek, Westenwold, Gerritshoek en Molenhoek.

Gelderingen groeide door de aanwezigheid van slot Croeve. Dit slot werd na de hervorming een schuilplaats voor Rooms Katholieken. Zij hielden hier in het geheim godsdienst oefeningen.tussen 1685 en 1695 werd de Slothof omgebouwd tot schuikerk.

De familie Croeve woonde destijds in hoeve of huis met een stenen woontoren.

Dit soort woontorens waren een soort status symbool. Meestal lagen om het huis en stenen woontoren (ook wel “steenhuus” of “domus”(Latijn)en gracht met wallen en een ophaalbrug.

De leenheren onder wie dit soort woontorens in leen werden gehouden waren de bisschop en de graaf van Gelre. De woontorens stammen uit de dertiende en veertiende eeuw. Sommige geestelijken hadden zich behoorlijk omhoog gewerkt en konden zich dit veroorloven. Deze mensen hadden behoorlijk wat aanzien in de streek.

De plaats van deze hoeve moet op de oude van de RK kerk geweest zijn.Mogelijk is daar later het Parochiehuis gebouwd. De oude kern van Gelderingen lag dus vroeger zuidelijker dan nu het geval is. Bovendien waren er van er van daar uit kortere verbindingswegen dan nu met Thij en de nu NH kerkTot de 19e eeuw was Gelderingen vrijwel onbewoond. De straat Gelderingen was vroeger een gewone zandweg en heette Noordsteeg. Toen pastoor Muiteman in 1893 de “Voorzienigheid”stichtte is ook Gelderingen wat opgewaardeerd. Even verder naar het noorden lag de Woldsloot.Of de versterking die Bisschop Guido van Avesnes in 1309 liet bouwen in Thij of Gelderingen stond weet ik niet. Maar het lag op Gelderingen wel een stuk hoger. Kort daarop werd de versterking door de Stellinwerfers met de grond gelijk gemaakt. Mogelijk was de woontoren destijds al in gebruik van Hendrik Cuenze van Kuinre.Zie boek “Langs de diek”, van Lute Bouwer. Woontorens of kasteeltjes kwamen toen voor in Kuinre, De Eeze en Vollenhove. Ook moeten er van dit soort bouwwerkjes gestaan hebben in Kwikkels, Giethoorn (“De Daalhof”) en Kallenkote.  

Het grote erf Gelderinghe

Rond de kern van Gelderingen staan tegenwoordig nog twee boerderijen.”Groot Gelderingen” op nr.59 is van de familie Zielman en “Klein Gelderingen” op nr. 57 is van de familie Meijnders. Deze laatste boerderij is in 1888 gebouwd.

De naam Gelderingen is waarschijnlijk een aandenken aan de Geldersen die de bisschop van Utrecht in sommige gevallen te hulp kwamen tegen de weerbarstige Stellingwerfers in 1336.

Tussen Gelderingen en Thij liep het kerkbinnenpad.Dat pad begon in Thij bij het Gangetje van “De Helhof” en ging via de “Koenders Oerthe”naar de “De Keujenkamp” (varkenskamp).

Daar begon een wagenpad wat naar de Koningskamp (was in 1952 van Hartkamp). De Keujenkamp aan het Binnenpad behoorde 1683 tot het grote erf “Gelderinghe”.

SLOTHOF

Tekening  van de Slothof

In 1832 moet de Slotgracht nog in takt geweest zijn getuige deze tekening. Deze slotgracht lag toen nog om alles heen. Anno 2009 bestaat daar nog een klein deel van. Het bovenste en noordelijkste gebouw was toen de RK pastorie. De kerk stond er toen dwars (noord/oost) onder,Tussen de kerk en Gelderingensteeg (nu kerkhof) woonde landbouwer Jan Klunder. Rechts daarnaast woonde Landbouwer Andries Tiel (nu Meynders). Rechts daarachter woonde Willem Hoogeman, die ook boer was. Het huisje ten noorden van de kerk was eveneens van Jan Klunder. Aan de westkant woonden de boeren Berend Holstra en Albert ten Kampe.  

Bronnen

* Collectie  Pastoor Hogeman
* Kerkgeschiedenis van Steenwijkerwold, door Bertus Damhuis.
* Aantekeningen van Pee Plat, Thij.

* ’t  Wold I , door Lute R.Bouwer

* ’t Wold II , door Lute R.Bouwer
* ’t Wold III , door Lute R.Bouwer
* Steenwijk bewaar’t, 1987, door Gradus M.Laar.
* Kwartierstaat van Schoot-Lunter,
   mevr.C. van der Hoek-Bouma.