Dorpen en Gehuchten

Start
Kennismaking
Literatuur
Fotopagina
Streekprodukten
erven en hoeven
Knipselkrant
Contact
Links + zoeken
Gastenboek


<<< TERUG

  Index:
  [Giethoorn-Daalhof]  [Halfweg Diep]  [Kolkenroute]  [Kwikkels]
  [Polders]  [Scheerwolde]  [Werklozenkampen]  [Wetering]


Giethoorn - Kasteel of Huize Daalhof

Giethoorn heeft vroeger een huis of kasteel bezeten. Het heette Daalhof en Dalhof en
werd bewoond door een oud adelijk geslacht Van Renoy. Soms hangt een historie 
van een dorp nauw samen met de historie van een daar gewoond hebbend roemrucht geslacht, een kasteel, een huis, een bekende familie of iets dergelijks. Daarvan is dan
soms weer een dorpswapen afgeleid. Van een dorpswapen is in Giethoorn niets bekend, maar de familie Van Renoy is in 1129 al bekend als landadel. Volgens overlering moet 
het kasteel heel groot zijn geweest. Verveners stuitten in 1824 op de fundamenten van dit kasteel. Het perceel waarop het huis stond noemde men tot de jaren dertig de Delhof. Daarna met  de drooglegging onderdeel van de nieuwe polder. Een kelk, gebruikt als avondmaalbeker in de Protestantse kerk, houdt de herinneringen aan de bewoners 
van de Daalhof levend. Boven de wapens van de geslachten Sloet en van Renoy, respectievelijk een halve maan en schuine balken,staat de tekst:

DE WEL EDELE JUFFEROU MACHTELT SLOET WEDUWE RENOY HEEFT DESEN BEEKER TOT EEN GEDACHTENIS AN DE KERKE TOT GEITHOORN GEGEVEN ENT JAER 1638.

In 1633 hadden Boldewijn Van Renoy en zijn vrouw Machtelt deze kerk al een klok geschonken. Later vond men op de kasteelplaats nog wel pijpekoppen, munten en gebroken aardewerk. Het kasteel wat stamde uit de tijd van Karel de Vijfde (werd in 1515 koning ) werd in1690 afgebroken. Volgens oude Gietersen moet het kasteel in de buurt van de Bouwersgracht hebben gelegen en die liep vroeger door tot in Giethoorn Noord. Tussen de boerderijen Vosbergen (kanaalweg 18) en Haamstede op nummer 17 zou men de kasteelplaats moeten zoeken, weer anderen zeggen achter Beulakerweg 100. De hoek aan de Bouwersvaart was natuurlijk wel een stratechiese plaats, aan de 
vaarroute naar de Arembergergracht waarlangs de turf ging naar Blokzijl en Zwartsluis.

Wie waren nu deze mensen met dat blauwe bloed?  De  vader van kasteelheer Boldewijn was Aert Van Renoy, geboren in Coevordenen later Rentmeester van Vollenhove en Kuinre.Boldewijn was in 1616 getrouwd met Machteld van Sloet (1591) en dochter van Reynt van Sloet (1560) uit Vollenhove. De zoon van Boldewijn en Machteld heette Aert of Arend Jan (1618) Van Renoy en trouwde in 1642 met Cornelia van Dussen.

Het verhaal uit overlevering is een heel ander verhaal.
Volgens die overleverings versie zoude er twee broers geweest zijn, die beiden verliefd werden op de zelfde dienstmaagd. Om uit de problemen te komen vermoorde de ene broer de andere, waarna de moordenaar de wijk nam naar het buitenland.

Andere oude erves in Giethoorn; 
Gethorne 1230,
Beuijserve 1452,
Blomenerve 1453
Wonningerve 1452.

Bronnen en archieven
Giethoorn van Lute Bouwer
Slicher van Bath,Mensch en land in de Middeleeuwen
Punterend door Giethoorn,Tom Vos
Giethoorn ons Hollands Venetie,Broer
Boerderijen en hun  bewoners polder,Piet Meulenberg

Langs Wieden en grachten,Harm Schelhaas
Uit de geschiedenis van Brederwiede,T.R.Stegeman
Archieven Lute Bouwer

                                                                                                       INDEX ^

 

Kwikkels.      Dorpen en gehuchten in de Kop van Overijssel.

Een van de mooiste dorpen in de Kop van Overijssel is ongetwijfeld Kwikkels of Quickelo.
Kwikkels ligt aan de bovenloop van het beekje de Reune. De Reune is het snelst stromende
riviertje van Nederland met een verval van 26 meter op circa zes kilometer (1825). Na de aanleg van de spoorlijn in 1868 en autoweg is dat aanzienlijk minder geworden. Een Steenwijkerwoldiger zegt tegen elk beekje Reune, wat water betekent. Ten Noorden van de Reune liggen verder nog De Beek en De Wheer.

Je kunt zeggen dat het oer oude waterlopen zijn. 
Omliggende heuvels (Kampen) zijn dan ook al zo’n  60.000 jaar oud. Een tijdje geleden vond de heer Wiersma nog een kling uit de tijd van de Neanderthalers, een volk dat zo’n 45.000 jaar geleden leefde. Trouwens als je hier bij Kwkkels soms het pas geploegde Reunedal ziet liggen, dan denk je bij je zelf, hoe krijgt Wisman hier zijn ploeg doorheen. Het barst er immers van de stenen.
Ook moet in deze contreien in de 17e eeuw het Tafelstuk gelegen hebben, wat zou kunnen duiden op een Hunebed.
Trouwens in de hele strook tussen Woldberg en Paasloo zijn vele tonnen zware stenen gevonden.
De naam Kwikkels of Qiucelo is ontstaan voor de erfaanduiding Bensinge.
Volgens geschiedkenner  Pe Plat zijn de bewoners daar in 18e eeuw over ingelicht,

toen de Drost van Vollenhove Jaan van Raesvelt toe Quickelo  “te peerde" het Hogehius in 
Thij bezocht om daar zitting te houden. Jan was indertijd Kastelijn (kasteelheer van de Heerlijkheid Cuinder nu Kuinre. (zie boek Langs de diek van Lute Bouwer ).
Het woord Quick laat zich naar het Steenwijkerwolds vertalen als kwiek, met als betekenis mooi. Lo of Loo staat voor bos (Zie ook Paasloo, in het boek Rond de Ribben)
Kortweg kun je dus zeggen “Mooi bos".
Quickelo lag aan de Friesche Stege, die van af de watertoren via Kwikkels naar het Noorden liep.
Het oude tracé van deze Oude Frieseweg werd in 1900 verkocht aan Lute Wisman en Roelof Meine van Essen.
De Friesche Stege vormde tot ca 1800 (tijd Napoleon) via deHerenweg of Heerweg de weg naar Friesland. Naar het Noorden toe is het tracé nog duidelijk zichtbaar door de gelijnde huizenbouw in de landerijen.
Het beste is dat te zien vanuit de Bakkerssteeg. De Saksische boerderijen van Kwikkels zijn fotogeniek.
In 1545 werd vermeld Arve op Steenwijckerwolt op  "t oisteinde an den Hoogenkamp”.
In de 18e eeuw werd het erf nader aangeduid als Bensinge, of te Kwikkels.
Verband met het erf Benzinge hadden in de 18e eeuw de namen Blokzijl en Kempen (polder) .
Verband met het erf Helmeringe hadden in 18e eeuw Jan Pieters op't Thij en Meester Andries Tjeerts Koster en Jan ter Hel. Als we dan in 1953 gaan kijken dan wonen daar op dat moment Hendrik Hetebrij Bartzoon en Lute Wisman Volkertzoon.
De beide erves Bensinge (kwikkels) en Helmeringe zijn er in feite nog.
Mogelijk werden  het slot Quikelo en Uvinge (Basse zie Wold 2 ) in 1413 verwoest.

Meestal kun je aan de grond zien of er vroeger ook grachten zijn geweest. Ik meen Wisman er wel eens over gehoord te hebben. Van Uvinge weet ik niets, mogelijk weet iemand uit Basse daar iets over.
Ten Noorden van Kwikkels werd vijftig jaar geleden nog geschaatst op ondergelopen land langs de Reune.

Anno 2006 zit er nog steeds een familie Wisman (Kwikkels 2 en 4), die sinds lange tijd een loonbedrijf hebben. Wisman heeft zich toegelegd op landbouw loonwerk, transport en grondwerken.
Op de andere lokatie Kwikkels 3 zit sinds 1990 kwekerij  “De Goene Prins"  van Hans Prins. In eerste instantie is de Kwekerij begonnen met een collectie bamboe maar ondertussen uitgegroeid tot een een jungletuin, met de meest excotische tuinplanten zoals palmen, comellias,  bamboe enz. 
Ook citrus vruchten als mandarijnen, sinaasappelen, citroenen, kunquats en grapefruits worden gekweekt. In het voorste deel van de boerderij woont de familie Pock.

                                                                                                                                           INDEX ^

HALFWEG DIEP
   Dorpen en gehuchten in de Kop van Overijssel.
Halfweg Diep bestaat anno 2006 maar uit een paar huizen en dat is niet altijd al zo geweest.

Het gehucht wat ooit in haar bloeitijd wel  550 bewoners telde en men wilde er zestig jaar geleden zelfs een polderkern van maken. Ik denk dat de de eerste mensen er zo rond 1632 gingen wonen. In dat jaar kwam na zes jaar graven het Nieuwe Diep gereed, wat men later het Steenwijkerdiep zou noemen. Tufmakers hielden wel  van bedrijvigheid en het werk lag gewoon achter het huis. Het Nieuwe Diep was 22 meter breed, terwijl de Steenwijker Aa maar 4 meter breed was. De kern van Halfweg vormden zo rond 1930 de grote watermolen en een cafe. Rechts tegen over het cafe van Joukien lag de Blauwhofsvaart, die ook wel Boksloot of Borgerssloot genoemd werd. Op die plaats ligt nu ongeveer de tocht. Via die vaart kon je naar het gehucht Rusland, wat tussen deze vaart en de Lakedijk in lag. Daar aan de Borgersloot stond  een watermolen, waarnaast tot 1940 de familie Jonker woonde. Bij die molen was ook nog een verlaat of sluisje. Dit alles lag tegen een grote zandkop, “De Hoogten",  die ze later hebben afgegraven. Die zandkop, "De Hoogten",  was een echte bouwkamp. Van hier uit lag er een voetpaadje langs de Borgervaart van de Hooidijk naar het Diep. Vanaf de molen van Jonker was er dan nog een paadje naar de Hesselingendijk.Tussen Halfweg en de Lakedijk (nu Woldlakeweg). Daar kwam de Scholtensloot in het Steenwijkerdiep. Deze diepe vaart liep eerst schuin op de Borgervaart aan, maar boog daarna af naar het Noordwesten. De Scholtensloot was de grenssloot tussen Scheerwolde en Steenwijkerwold. Op de kaarten van 1905 en 1921 zijn de namen van Scholtensloot en Borgersloot omgewisseld, wat veel verwarringen kan geven. Via deze turfvaarten werd de turf via de Aa en later  via het Nieuwe Diep naar de eindbestemming gevaren.
Ik weet haast wel zeker dat de  brede en diepe Scholtensloot een eerdere natuurlijke waterloop geweest moet zijn, van bijvoorbeeld De Reune naar de Aa. De veenkavels van Scheerwolde stonden haaks op deze grensvaart (Oost-West). De veenkavels van Halfweg lagen haaks op het Steenwijkerdiep, vandaar ook het ontstaan van die woonkern. Het Steenijkerdiep kende nog een paar plaatsen waar eerst veenhutten en later huizen bij elkaar stonden; Eind van ‘t Diep, Wee of Whee en rond Diep Zuidzijde 2 thans.Langs het Diep was een truilpad met een tiental bruggen over dwarsvaarten. Aan beide zijden van het Diep stonden grote molens (negen stuks ). Allerlei typen waren dat, spinnekoppen, bovenkruiende poldermolens en tjaskers. Een prachtig landschap dus. Trouwens ook het vogelleven was uniek. Er waren zoveel weidevogels, dat je  alvorens te gaan maaien, eerst de eieren van het land moest zoeken. Die eieren werden dan gegeten of verkocht.


Andere tijden
.
Na 1920 braken andere tijden aan.Tot die tijd waren vissen, boeren, turfmaken, molenaar, kroegen, jagen en stropen de hoofdmiddelen van bestaan. Toen het Stroinkgemaal ging werken werd alles anders. Het water zakte 70 centimeter en de watertrek was weg en de visvangsten zakten dramatisch. Honderden beroepsvissers in De Kop van Overijssel werden het slachtoffer ook in Halfweg waar  een viertal  beroepsvissers woonden. Volken Timmerman zette zijn netten in het Diep evenals Hendrik Kuiper, Hendrik Jonker in de Hoogmansvaart en Jan de Wagt. Paling en snoek waren de meest gangbare vissen.De paling werd veel verkocht naar Belgie en Frankrijk. In 1921 werd het fietspad Steenwijk Blokzijl aangelegd, waarin volgens Jan Lok uit Bokzijl wel 35 klaphekjes en bruggetjes zaten. Tot die tijd ging eigenlijk alles grotendeels per boot. Er waren alleen voetpaden door het land naar Eind van Diep, De Hoogten, De Zanden en Heerendijk.

In en rond Halfweg waren vier cafes, cafe Joukien (Timmerman-Hollander), Froklage, Winters en Onderweegs. Daar kon je een turfmakers ontbijt kopen, pannekoeken met spek en brandewijn en jenever. Ook clandestien werd door de veenbazen de nodige drank verkocht. In Halfweg en directe omgeving stonden ook aantal grote molens; De boven kruiende poldermolens van Jan de Wagt, naam "Het is niet anders" van de Kooys polder, die van Jonker op "de Hoogten"  bij Rusland, die van Kuiper van de Bijkerkspolder en die van Klaas Jonker van de Knibbespolder.

Ondertussen werden door de Nederlandse Staat gronden gekocht en onteigend. Voor een habbekrats werden, in de ogen van de ontginningsingenieurs “waardeloze grond”  opgekocht.In de ogen van de bewoners waren het waardevolle hooi-, wei-, veen- en rietlanden en viswateren. De polder van Halfweg  (nu) wordt dan in de volksmond ook wel eens de "Gestolen polder van Halfweg genoemd "De Duits georienteerde boerenorganisatie “De Landstand”  kreeg daarom nog al wat aanhang van de ontevreden grondbezitters, die voor hen later ook nog een klein succesje binnenhaalde (Koekoek of Fortuyn effect). Na de oorlog werden ze daar zwaar voor gestraft. Door al die strubbelingen had de ontginning van Polder Halfweg vertraging opgelopen en moest men eerst uitwijken naar polder Gelderingen.
Toen de gronden droog kwamen te liggen kon er ijzeroer worden gedolven in een oude spijkerboor van de oude Aa. Een hele hoop van dit erts werd toen gewonnen en opgeslagen aan het Diep.
Of het ook daadwerkelijk is verkocht aan de Hoogovens weet ik niet.

                                                                                                                                            
INDEX ^
                                           
De werklozen komen.
Zie ook het artikel in <Knipselkrant December 2005> met foto's !

Rond 1925 waren langs de zuidzijde van het Diep (nu nrs 1, 3 en 6 ) al een drietal  mooie boerderijen gebouwd en in 1924 kwamen er ook al een drietal gereed aan de Noordzijde van het Diep, in de Weepolder. Met het graven van de kanalen van Steenwijk naar Beukers en Ossenzijl (1924 en1926) brak het grote geweld los. Voordat de kanalen op juiste diepte en breedte waren waren er al een tiental jaren verstreken en had ook Halfweg in 1934 zijn eigen brug Dat baggeren ging trouwens jaren door. Ik heb veel baggermachies in het Diep zien liggen. De verdere ontwikkelingen gingen razend snel. Eerst werden er werkkampen gebouwd langs het kanaal van Steenwijk naar Giethoorn en op De Zanden en daarna volgde Halfweg.              

Naam werkkamp      

Bewoners
beheerder
 

In gebruik 
van/tot

Locatie anno 2006          

Bewoners nu

 1.   Rotterdam A

 96 

1929-1939

Hesselingendijk 7          

Truus Meulenberg

   2.  Rotterdam B 96 1929-1939 Kruising Smalleweg/Jan v. Nassauweg Aalbers

       3.  Halfweg 

96

1937-1943

Hesselingendijk 16         

Piet Schut

  4.  Steenwijkerdiep

120   

1937-1943

Steenwijkerdiep ZZ 8

Henk en Mietra van der Wielen  

      5.   Lakeweg 

96  
Bruinsma en Visser 1938-40

1937-1997

Steenwijkerdiep NZ 11    

J.de Bode-E.K.A. Cornelisse  

      6.   Pikbroek   

96 Burggraaf en Boers tot 1953

1937-heden

Steenwijkerdiep NZ 16   

Nu De Twin =tweeling 

7. Papendrechtsekamp 96 1927-1934 beulakerpolder
Vosjacht, Hubanet
Kanaaldijk 5
8. Haagsekamp 96 Lommel 1927-1934 Oude kerkweg Kanaaldijk 14 
9. Utrechtsekamp 96 1927-1934 Heerenbrug Kanaaldijk 13
10. Rotterdamsekamp 96 1927-1934 Kanaaldijk, achter de Ned. Herv. kerk Heerendijk
11. Beenderibben 400 1941-1960 Oeverweg 1 D. Idsinga
12. Eind van Diep 96 1941-1978 Steenwijkwerdiep Z12 J. Riezebos
13. Kikkerij 96 1941-1978 Steenwijkerdiep Z11 F. Bos
14. Roomse gebouwen
ontspannings
gebouwen
1927-1938
Beulakerweg 110
voor dekampen 
7, 8, 9, 10 en 16
15. Hoeve 
"De Kikkerij" 
ontspannings
gebouwen
1940-1948 Oeverweg 8 voor de kampen
11, 12 en 13.
16. Het 
Onbekende kamp
96 1929-1937 Kapelweg 1, Thijsengracht, 
Kees Groen
 

Zoals u kunt zien, was Halfweg een tijdlang de kern van het poldergebeuren en was men zelfs van plan er een dorp van te maken. Als je koks en beheerders mee rekent, woonden er op dat moment zeker 550 mensen in het gehucht. In de werkplaats van de werkverschaffing werkten ook nog eens een man of tien. Deze werkplaats tussen de brugwachter en Jan Jonker (nu) was een verzameling keten waarin werkpaatsen waren. Verder werden daar kipkarren, kruiwagens, handgereedschap, locomotieven, rails, wissels en bruggen opgeslagen. Ook waren er in de dertiger jaren klinkerwegen gekomen (Hesselingendijk, Heerenweg) De Diepdijken werden op een andere manier van een deklaag voorzien. Toen de boeren kwamen was het werk van de werklozen voorbij en de kampen aan de Zuidzijde van het Diep verdwenen, om deels elders te worden opgebouwd. Dat afbreken ging onder dwang van de Duitsers en soms werden er gewoon mensen van het fietspad geplukt.  

Inzet van de werklozen 1929 - 1961
Tijdens de topjaren waren er van april tot november zo'n 1000-1500 arbeiders tegelijk aan het werk.
Als iedereen 3 maanden per jaar in de polder zou werken komt dat neer op de volgende percentages
interne (in kamp) en externe werklozen.
Deze getallen laten zien hoeveel handarbeid de polder in de Kop van overijssel gekost hebben.

Jaartal Percentage Jaartal Percentage Jaartal Percentage Jaartal Percentage
1927 onbekend 1937 2080 1947 1100 1957 1820
1928 onbekend 1938 2760 1948 1160 1958 1170
1929 1160 1939 2060 1949 1100 1959 768
1930 2160 1940 240 1950 1390 1960 348
1931 2920 1941 1780 1951 2332 1961 116
1932 1360 1942 1240 1952 2080 * = DUW verdwijnt

Per jaar: delen door vier
1933 1940 1943 220 1953 1608
1934 2480 1944 120 1954 920*
1935 2200 1945 880 1955 1048
1936 2080 1946 420 1956 1444

De boerentijd.
Na de ontginningstijd waren de nieuwe boeren aan de beurt om een goed gewas van het land te halen. Na 1945 kwamen de grote veranderingen, de arbeid werd duur en de boeren mechaniseerden. Tot de dag van vandaag is dat zo door gegaan. Een breed scala aan akkerbouwproducten verdween van de velden. Op De Hoogten staan nu lelys en de rest van de akkers is gevuld met gras, mais, aardappelen en soms koren. Enorme zware grommende machines bewerken de landerijen in een handomdraai en daarna zijn ze weer verdwenen. Alle wegen zijn intussen breder geworden en nu voorzien van beton of asfalt en in 1950 is de Provinciale (Blokzijlse weg) aangelegd, die alweer te smal is. De enige werkkampen die bleven bestaan kregen allerlei inwoning te verwerken  Zoals werklozen, jongens van de arbeidsdienst, mannelijke Joden, schippersgezinnen, hoeren, zigeuners, NSB-ers, Indische Nederlanders (negers en kleurlingen), Ambonnezen en daarna weer Friese en Groningse DUW-arbeiders. Kamp Lakeweg werd aangekocht door en sloopbedrijf en later afgebroken en Pikbroek (naam van stuk Moerasland) werd een vakantiekamp onder de naam De Twin.  

Bronnen en archieven:
Wold 1,2,3 en 4 van Lute Bouwer .
Giethoorn van Lute Bouwer .
IJsselhammer en Gieters Nijs
Archieven Lute Bouwer .
Opmerkingen kunt u kwijt bij, E-mailadres luteenroelie@hetnet.nl
                                                                                                                 INDEX ^


Scheerwolde Dorpen en gehuchten in de Kop van Overijssel.

Scheerwolde is terug van weggeweest. Na eeuwen op de kaart gestaan te hebben,vverdween het kort na de turfmakerstijd voor een lange tijd uit beeld, om daarna in 1952 als spiksplinter nieuw dorp opnieuw ten tonele te verschijnen. Scheerwolde,  Scaerwolde (1450), Scaerwold (13e eeuw), Scherwolde(1313) Scherewolde (1411), Scaderwoude (1313), Scaderwolde (1395), Scarwolde (1275), Scorerwolde (1522), Schaerwoude,  Scheerwoude, Schiewolde (1811), allemaal namem voor de vroegere landstreek van circa 2200 hektare die zich uit strekte van Nederland in het Westen tot Rusland in het Oosten met als grenswateren de Roomsloot en Scholtensloot. Met aan de Zuidkant het Steenwijkerdiep ( eerst Aa stroom)  en aan de noordkant de Haarsloot. Waarschijnlijk bestond de kerk van Scheerwolde al in 1141-1250 want al in 1279 werden er tienden betaald door pastoor Wolfardus van Scarwolde. En van 1275 is er zelfs een officieel document waarin staat dat Wolfardes ciens (cijns accijns ) aan de bisscop van Utrecht. Het was een belasting in goederen zoals gierst en hoenders. Bovendien moest Scarwolde elk jaar een valk leveren voor de jacht van de bisschop. Verder is bekend dat de aan Sint Nicolaas gewijde kerk ook een altaar voor Heilige Antonius bezat. Antonius was erg geliefd in deze streken want hij was beschermheilige van de veestallen. De Scheerwoldigers brachten offers in overleg met de pastoor Wolfardus die als vicaris was aangesteld. De bewoners schonken hem dan een hand vol roeden in cultuur gebrachte grond. Ze bouwden voor hem daar op een huis bestaande uit ruwe houten planken en een stal voor de paar koeien. En zo groeide daar midden in de rimboe en water een stevige in het geloof verankerde parochie. Met de stichting van een eigen parochie werd nu ook een eigen schoutambt een feit. Waar kwamen de Scheerwoldenaren vandaan zult u zich afvragen. Deze kolonisten waren verdreven uit het Zuiderzee gebied. Doordat de Noordzee tussen Texel en Noord Holland door de duinen was gebroken hadden de grote Noordzeegolven al snel de veengebieden in IJsselmeer opgerold en de mensen vluchtten voor het water uit. Onze kolonisten kwamen uit het gebied ten Oosten en ten Zuiden van Lemmer, Friezen dus. Deze mensen vestigden zich rond de Aa delta bij het Gieterse Meer. De latere Gietersen aan de Zuidkant, de Scheerwoldenaren aan de Noordkant.De Westkant waar Muggenbeet nu ligt was toen waarschijnlijk al deels bewoond. Vanuit de Kikkerij ontwikkelde zich nu Scheerwolde. Uit kerkelijke archieven blijkt dat de vluchtenden door boeren van Steenwijkerwold liefdelijk zijn opgenomen. Waarschijnlijk bedoelen ze daarmee dat de mensen grond kregen van de scheren van Steenwijkerwoldse boeren. Want de enige erves die ik van Scheerwolde kon vinden hebben allemaal bekende Steenwijkerwoldse ervenamen zoals; Ten Hothe-1311, Hesselinghe-1311, Heeringhe-1312, Coop ten Teyen-1311 Schultinghe-1313, Uvinghe-1312. Een scheer of schaar was een aandeel in een gemeenschappelijke weide. In sommige marken werden onverdeelde groenlanden scheren genoemd. Het is tevens een eenheid waarin het aantal stuks veeberekend wordt dat men meent, es of kamp mag laten grazen. Zo is een koe ook een schaar en een pink een halve schaar en een vaars 3/4 schaar. 20 scharen mogen dus begraasd worden door 20 koeien, 26 vaarsen of 40 pinken. Een grote boer heeft dus een grote schare of schere vee. De Scheerwoldenaren woonden dus op de gronden van de bisschop die daaroor in gebruik waren bij de boeren van het hoge land. De Scheerwoldenaren die niet van de bisschop afhankelijk wilden zijn, die gingen onder andere naar Muggenbeet. Evenals dat met de Gietersen het geval was verplaatsten de Scheerwoldenaren zich steeds verder naar het Oosten. Al in 1311 worden de hierboven genoemde hoeven in verband gebracht met Scheerwolde en we kunnen dus wel aannemen dat ze toen al woonden in het gebied rond de Lake. Aanvankelijk zullen ze daar eerst wat ontgonnen hebben en de bovenste lagen turf er af gehaald hebben. Daarna begon de grootschalige turfwinning en dat waren voor Scheerwolde de beste jaren.Turfvaarten werden gegraven haaks op de Scholtensloot en later op de Wetering. Centrum van de kleine nederzettingen was dus de Lakedijk waar tot 1890 een klein kerkje stond naast nummer 8 en tegenover nummer 7. In 1507 moet er ook nog een vorm van onderricht geweest zijn door "die coster" die woonde op het "weere' land ten Zuiden van de kerk. In1553 werd Johannes Matthiae er vicaris en koster en dat was hij daar achtien jaar. Heer Jan werd hij door de mensen genoemd. Hij moet de laatste koster geweest zijn. Het kosterijland werd al spoedig ,,Heere Jansland" genoemd en die grondaam kwam nog tot 1805 voor. Op de plaats van de kerk is ooit nog een wijwaterbeker gevonden. Ik heb van 1940 tot 1963 daar aan de Woldlakeweg gewoond maar wist daar toen nog miets vanaf. Het bij de kerk behorende kerkhof lag een eindje verder naar het Noorden aan de Hooidijk, nu Ir.Luteynweg. Scheerwolde heeft in 1474 een zware pest epedemie gehad, want in dat jaar overleed pastoor Heer Willem Clinse samen met zijn ouders aan de pest. Dit hele gebied heette toen Rusland. De watersnoodramp van 1825 liet van Scheerwolde niet veel over en wat er al stond aan woningen werd weggespoeld of zeer zwaar beschadigd. In 1828 telt Scheerwolde nog zes kleine woningen en de mensen die in die huizen woonde waren onvermogend. Volgens de kaart staan er in 1840 helemaal geen huizen meer in Scheerwolde, maar dat is niet waar want er verhuizen nog steeds mensen vanuit dit gebied naar elders (de Haan). Aan de Noorkant van de Lakeweg waren in 1850 nog een paar huizen concentraties evenals op De Hoogten waar ook wat huizen stonden en waar ook een verlaat en een molen was. Ook aan de Lakeweg stonden rond 1850 een vijftal molens. Er waren dus een aantal polders ontstaan en de veenderij werd opnieuw ter hand genomen en de laatste veen werd pas nu weggehaald. Uit die tijd stammen ook nog de kroegjes die er nog heel lang waren. In 1900 waren alle trekgaten van Rusland al best groenland geworden. Vermoedelijk zijn Scheerwoldenaren hier al rond 1650 weggetrokken om zich aan de Scherwoldiger Weteringe (in gebruik in 1573) te vestigen. Door de vervening was ook de cultuurgrond opgeraakt en dat had in 1550 al tot gevolg dat boeren het dorp verlieten. In 1562 had pastoor Hartgers dan ook maar 60 communicanten in zijn parochie. Ook toen hadden ze al last van een gladde weg want de Armenvoogdij van Scheerwolde notuleerd; Ds Maurick heeft zijn qartier niet gevisiteerd, vermits zijn swackheit ende gladdichheit van de weck. De kerk van Steenwijkerwold was trouwens verplicht de armen van Scheerwolde te onderhouden, maar dat vergaten ze ook wel eens.Trouwens in die tijd waren de Mennisten (doopsgezinden) in Scheerwolde erg actief, dit zeer tegen de zin van de Hervomde kerk. Ook zijn uit het verleden nog wat  schouten bekend zoals Roelof Uuterwuyk (1547)  en Gheert Luchesens de tweede schout van Scheerwolde.

Het water gaat zakken

Als in 1920 het Stroinkgemaal zijn werk gaat doen, dan is het gauw gebeurd met het ,,gevaer" (waterverkeer). Daarna volgen de kanalen van Steenwijk naar Beukers en van Steenwijk naar Ossenzijl. Al gauw worden overal poldergmalen geplaatst in polder Giethoorn, Halfweg, Gelderingen en Wetering. Als een groot deel van de polders droog komt te liggen word met de ontginning begonnen,  waarbij men gebruik maakt van veel werklozen die in een twaalftal werkkampen worden ondergebracht. Daarna komen de boeren en die boeren hebben arbeiders nodig zo redeneerde men. Daarvoor werd in 1932 al een vijfhoekigplandorp gepland, het dorp Scheerwolde. Plannenmakers lopen achter de feiten aan, want na de oorlog zijn boeren als gekken gaan mechaniseren, dit allemaal ten koste van de arbeider. Op dinsdag 10 juni 1952 was het zover, de eerste schop werd in de grond gestoken  voor het nieuwe streekdorp Scheerwolde. Werklieden van aannemer Huisman uit Steenwijk begonnen met het wegspitten van de teeltaarde van het roggeveld. Er werd een begin gemaakt van een nieuw dorp, het dorp Scheerwolde. De naam van het dorp werd ontleend aan de armenvoogdij van Scheerwlolde, die behoorde tot het kerspel van die naam. Stedebouwkundige Niepoth ontwierp hier een nieuw dorp waarin volgens de eerst gegevens 132 woningen werden geprojecteerd, hiervan zouden er dan 80 burgerwoningen worden. Het overige deel zou bestaan uit arbeiderswonigen. Volgens plan zouden er moeten verrijzen een school, een cafe en een grote en een kleine kerk. Het nieuwe streekdorp groeide langzaam en op woensdag 1 juli 1953 kwam koningin Juliana tijdens een werkbezoek aan de Kop van Overijssel een kijkje nemen in dit centrumdorp, waar zij een gedenksteen onthulde.

Scheerwolde telde in1958 ruim vijftig wonigen. Ondertussen waren er ook al een aantal winkels gevestigd. In 1956 kwam er een Christelijke school, in 1965 een nieuw Streekcentrum ,,De Wielewaal", in 1969 de ponymarkt, in 1972 een kleuterschool, in 2001 een eigen beeld ,,Staande otters", in ???  "Langebaan" zwemkampioenschappen,  Het  jonge dorp Scheerwolde kende in haar korte leven wel drie herindelingen. Eerst behoorde het tot Steenwijkerwold, toen tot IJsselham en nu tot de Gemeente Steenwijkerland. In 1932 plande men ook een deel van het polderdorp op de plaats waar nu de kassen van Boomkwekerij Piet Hanekamp staan. Deze gronden in Polder Halfweg noemde men destijds ,,De Gesteulen polder'', omdat de vroegere waterboeren veel te weinig kregen toen ze hun grond noodgedwongen aan de staat moesten verkopen.

Het Scheere Meer

Scheerwolde zocht zijn eigen weg en ontwikkelde zich zelf. Het dorp op de grens van boerenland, natuur en recreatie kan daar opden duur goed van proviteren. Kleinschalige ondernemingen met bijvoorbeeld streekproducten krijgen meer kansen.Scheerwolde wordt nu eindelijk een beetje een waterdorp, een benaming waar het het vanuit zijn geschiedenis recht op heeft, maar nooit heeft gekregen.

Het Scheere Meer is de nieuwste ontwikkeling in Scheerwolde. Dit grootschalige recreatie en woonproject zal in 2006 van start gaan. Het plan voorziet in recreatiemeer, aanlegplaatsen voor boten, 36 kavels voor woningen aan het water, 16 levensloopbestendige appartementen, aanleg van een geintergreerd park aan de Brink.  

Aantal bewoners van Scheerwold door de jaren heen, inclusief Wetering en Nederland;1675A-50, 1725A-175, 1748-229, 1764-290, 1795-256, 1818-183, 1849B-596, 1869-646, 1889-933.

A is exclusief armen, B Scheerwolde bestaat nu niet meer.

Bronnen en archieven
Archief Lute Bouwer
Boeken Wold 1, 2, 3,en 4 van Lute Bouwer
Boeken Langs de diek en Rond de ribben van Lute Bouwer
Bisschoppelijk archief
Archief Pe Plat
Wij in Steenwijkerwold van Henk Bruinenberg
Armenvoogdij van Scheerwolde van Jan Bakker